NL  |  FR  |  EN  |  DE  
klein normaal groot
home
 
Wat is de Vlaamse Rand?


Onder de Vlaamse Rand* worden de 19 randgemeenten gelegen rondom het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verstaan, meerbepaald de 6 faciliteitengemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem en verder de gemeenten Asse, Beersel, Dilbeek, Grimbergen, Hoeilaart, Machelen, Meise, Merchtem, Overijse, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vilvoorde en Zaventem. Deze randgemeenten samen noemt met de Vlaamse Rand, omdat deze aan Brussel-19 grenzende gemeenten tot het Nederlandse taalgebied behoren en de Vlaamse overheden er het Vlaamse karakter van willen ondersteunen. De gemeenten vormen dus op zich geen bestuurlijk geheel, maar ze krijgen wegens hun specifieke situatie wel bijzonder aandacht van het beleid.
Sinds het taalcompromis van Hertoginnedal van 1963 moet het bestuur in de 6 gemeenten met taalfaciliteiten tegemoetkomingen organiseren voor de anderstalige inwoners. Op Tervuren na, dat tot het arrondissement Leuven behoort, liggen 18 van deze 19 gemeenten in het arrondissement Halle-Vilvoorde. Alle 19 betrokken gemeenten maken deel uit van de provincie Vlaams-Brabant.




Van het 'klassieke' spanningsveld tussen stad en platteland via 'olievlek' tot Groene Gordel 
Net als het randgebied rond andere grootsteden ondergingen de gemeenten rond Brussel-hoofdstad de effecten van de bevolkingstoename, van industrialiserings- en verstedelijkingsprocessen en de daarmee gepaard gaande druk op de open en groene ruimte. De voornamelijk landelijke randgemeenten werden de nieuwe thuisbasis van de rijkere stedelingen op zoek naar een aantrekkelijke en rustige leefomgeving. In een latere fase betrof de stadsvlucht ook de middenklasse en arbeidersgezinnen die zich massaal in nieuwe verkavelde wijken met betaalbare woningen gingen vestigen, vaak in gemeenten met goede spoorverbindingen naar de Brusselse gemeenten. Tegelijk met en als gevolg van deze processen kende ook de economische ontwikkeling in de stadsrand een toename: bedrijventerreinen werden opgericht - vooral in de buurt van de luchthaven, autowegen en langs de kanalen Charleroi-Brussel en Brussel-Schelde - wat op zich opnieuw bouw- en verkeersdruk genereerde. De verhoogde mobiliteit door de democratisering van het private vervoer en de transportmiddelen, bevorderden op hun beurt deze industrialisering en verstedelijking. De residentiële randgemeenten werden geconfronteerd met negatieve nevenaspecten van deze evoluties als sociale uitsluiting, grondspeculatie, luchtvervuiling, geluidsoverlast, etc. Daarenboven kreeg het hierboven beschreven 'klassieke' spanningsveld stad-platteland in de gemeenten rond Brussel een taaldimensie, omdat de inwijkelingen hoofdzakelijk Franstaligen waren die door hun komst het taalbeeld in sommige van deze Vlaamse gemeenten gevoelig deden veranderen. Net als de Brusselse gemeenten zijn de Vlaamse randgemeenten de afgelopen jaren onderhevig aan een toenemende internationalisering door de vele Europese en andere internationale ambtenaren en zakenlui.
De laatste decennia is de samenleving alerter voor de nadelige gevolgen van het onzorgvuldige ruimtegebruik en de grote verkeersdruk op deze landelijke gemeenten. Behalve milieu- en verkeersveiligheidsbekommernissen, speelt bovendien de toegenomen gevoeligheid voor het behoud van de ecologische en recreatieve waarden van het natuurlandschap voor de algemene levenskwaliteit. Onder meer met projecten als de Groene Gordel en Groene Corridor ijveren de overheden en actiegroepen voor een bewustmaking van het belang van de duurzame ontwikkeling en leefbaarheid van de omgeving. 

* Vlaamse Rand en Rand worden met hoofdletters geschreven omdat ze beschouwd worden als aardrijkskundige omschrijvingen. BRON: taaladvies.net - taaluniversum.