Documentatiecentrum Vlaamse Rand, Rand-ABC-fiche, april 2013 (laatste aanpassingen 22/03/2017)
De Vaste Commissie voor Taaltoezicht is een adviserende instelling die moet waken over de stipte toepassing van de taalwetgeving. In het geval van een klacht of overtreding bij een overheidsdienst (federaal, gemeenschappen, gewesten, provincies, gemeenten of daarmee gelijkgestelde besturen) kan de VCT een onderzoek instellen en een advies formuleren. Deze adviezen hebben geen bindende kracht. Particulieren kunnen bij de VCT een klacht indienen (aangetekend per post en gericht aan de voorzitter) en ook een minister wordt verondersteld beroep te doen op de VCT voor advies over de taalwetgeving bij initiatieven ter zake. De Vaste Commissie houdt tevens toezicht op de in de taalwet voorziene taalexamens.(1)
Werking
Er is een Nederlandstalige afdeling en een Franstalige afdeling en beide komen bijeen in een Verenigde Vergadering. De afdelingen zijn bevoegd voor zaken die hun taalgebied aangaan in gemeenten zonder speciale regeling. In de Verenigde Vergadering worden kwesties behandeld die niet tot een taalgebied beperkt zijn, meer bepaald de Brusselse gemeenten, de faciliteitengemeenten of het Duitse taalgebied,- of die de taalwetgeving overstijgen, zoals de bescherming van minderheden. Er is een aantal verschillen qua bevoegdheden, naargelang de vigerende regelgeving in de respectievelijke taalgebieden. Zo gaat de Nederlandstalige afdeling ook de naleving van het decreet op het taalgebruik in het Vlaams bedrijfsleven en in de arbeidsverhoudingen na. De VCT telt een (tweetalige) voorzitter en 11 leden, telkens benoemd voor een periode van 4 jaar. De kandidaat-leden worden voorgesteld door de Vlaamse, Waalse en Duitse Gemeenschapsraad - de voorzitter door de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
De Verenigde Vergadering
De uitspraken van de VCT gebeuren in de vorm van adviezen, waardoor de betrokken overheden de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid behielden en zij de adviezen bijgevolg ook naast zich neer konden leggen. De adviezen betreffen vaak interpretaties van vage of onduidelijke bepalingen in de taalwetgeving, waarover op het politieke niveau fundamentele onenigheid tussen de gemeenschappen bestaat.
Ontstaansgeschiedenis

Om de taalwetten te doen naleven werd in 1932 de Permanente Commissie opgericht, bestaande uit 6 leden die voor 4 jaar werden benoemd door de koning. Zij werden gekozen uit de leden van de Vlaamse en Franse Koninklijke Academie voor Taal en Letterkunde. Dit nieuwe orgaan moest de stipte toepassing van de taalwetten in het bestuur, het gerecht en het onderwijs controleren, maar beschikte enkel over een adviserende bevoegdheid. Deze commissie kon ook pas in actie treden nadat een klacht was ingediend. Deze klacht werd vervolgens samen met het advies voor een oplossing aan de regering overhandigd. De omslachtige procedure en het gebrek aan sanctionerende bevoegdheid, maakten dat de deur open bleef voor overtredingen allerhande. De hogere administraties waren immers gedomineerd door Franssprekenden die de taalwetten vaak beschouwden als ongewenste inmenging van bovenaf.
Die houding leidde tot nieuwe ontgoochelingen aan Vlaamse zijde en extra-parlementaire acties. Tijdens de bezetting werd de opdracht van de Permanente Commissie gewijzigd. Onder het voorzitterschap van Flor Grammens(2) kreeg de Commissie vanaf december 1941 wel onderzoeksmogelijkheden en een staf van 36 leden. De Commissie-Grammens legde prioriteit bij de aanpak van de wantoestanden in het onderwijs. De taalwetten van 1932 gingen uit van het principe 'streektaal = onderwijstaal' en in Brussel gold de taal van het gezinshoofd als uitgangspunt. Enige controle op de moedertaal van het kind bleef echter uit, waardoor het onderwijs het verfransingsmechanisme bij uitstek bleef. Tijdens de bezetting organiseerde de Commissie-Grammens wel controles op de taalverklaringen van de gezinshoofden. Van de 37.530 leerlingen in de Franstalige klassen waren er volgens de controles 15.778 eigenlijk Nederlandstalig. Na tegencontroles van het Ministerie van Openbaar Onderwijs zouden uiteindelijk slechts enkele honderden leerlingen van het Franstalig naar het Nederlandstalig onderwijs worden overgeplaatst. Ondanks dit geringe resultaat zou de kwestie ook na de bevrijding sporen nalaten in de communautaire verhoudingen. Vanaf de jaren 1960 zou de ‘liberté du père de famille’ een van de voornaamste symbolen worden van het Franstalige verzet tegen de taalwetgeving. In 1946 werd opnieuw een Commissie voor Taaltoezicht geïnstalleerd, zoals die door de wetgever van 1932 was voorzien. De Commissie-Grammens werd afgeschaft en de bepalingen van voor de bezetting waren opnieuw van kracht. Het was echter wachten op het taalcompromis van Hertoginnedal (1963) en de taalwetten die daar uit voortkwamen om de Vaste Commissie voor Taalzicht in de huidige vorm te zien verschijnen.
Hertoginnedal en Sint-Michielsakkoord
Overzicht van het aantal behandelde zaken in de periode 1995-2015
Grafiek 1: Aantal ingediende zaken bij de Vaste Commissie, Verenigde afdeling, periode 1995-2015

Grafiek 2: Aantal uitgebrachte adviezen van de Vaste Commissie, Verenigde afdeling, periode 1995-2015

Grafiek 3: Ingediende en behandelde zaken in de Franstalige en Nederlandstalige afdeling van de VCT, 1995-2015

(laatste aanpassingen 22/03/2017)
VOETNOTEN
MEER INFORMATIE
- Boes Marc, De Vaste Commissie voor Taaltoezicht: een kennismaking?, in Mens en Recht. Essays tussen rechtstheorie en rechtspraktijk, Liber Amicorum Jan M. Broekman, Leuven, 1997, pp. 13-33.
- Clement Jan (e.a.), Het Sint-Michielsakkoord en zijn achtergronden, Antwerpen, Maklu, 1993.
- De Metsenaere Machteld, Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT), in Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, Lannoo, pp. 3172-3175.
- de Meyer D., De Vaste Commissie voor Taaltoezicht, in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen en Publiekrecht (1971), pp. 74-85.
- Deridder Lennart, De nieuwe bevoegdheden van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht in Brussel en de faciliteitengemeenten, in Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht (TBP), 1997, pp. 301-384.
- Detant Anja, Tussen (taal)wet en werkelijkheid: interpretatiegeschillen en politieke bezwaren, in Witte E. (e.a.) Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Taalwetgeving, Brusselse Thema's 5, 1998.
- Dierickx Rudy, De Eerste Kommissie Taaltoezicht en de Brusselse onderwijspolitiek onder Duitse bezetting (mei 1940-december 1941), in Taal en Sociale Integratie 11, 1988, pp. 47-124.
- Koppen Jimmy, Distelmans Bart & Janssens Rudi, Taalfaciliteiten in de Rand. Ontwikkelingslijnen, conflictgebied en taalpraktijk, in Brusselse Thema's 9, 2002.
- Ruys Bob, De Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Een studie van de controle op de toepassing van de Belgische taalwetgeving, Brugge, Die Keure, 1980.
- Van Orshoven Piet, Brussel, Brabant en de minderheden. in: A. Alen & L.P.Suetens (red.), Het federale België na de vierde staatshervorming, Brugge, Die Keure, 1993, p. 227-264.
BRONNEN
- Jaarverslagen van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, 1964-2015, zijn te raadplegen via de Bibliotheek.
- De klachten en adviezen van de Permanente Commissie voor Taaltoezicht (vanaf 1946) en de jaarverslagen van de periode voor 1994 zijn te raadplegen in het BRIO-archief (in het AMVB) en in het Algemeen Rijksarchief (1932-1961)
- Register betreffende Vaste Commissie voor Taaltoezicht, Senaat, Online, Van 1995 tot nu.
- Vaste Commissie voor Taaltoezicht, Algemene Directie Instellingen, Website van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken
- Het Steunpunt taalwetwijzer publiceerde een overzicht van adviezen van de VCT inzake situaties waarin het gebruik van een vreemde taal werd toegestaan buiten de wettelijk voorziene uitzonderingsgevallen, (pdf).