Auteur(s)
Saeys Mathis
Bron

BRIO-fiche, maart 2026

Organisatie
Jaar
2026
Taal
NL
Ziekenhuis

Situering

Kwaliteitsvolle zorg- en hulpverlening veronderstelt een vlotte communicatie tussen patiënt en zorgverlener. Hierbij is het van belang dat de zorgontvanger zich eenvoudig verstaanbaar kan maken, maar ook dat de zorgverlener dit volledig en correct begrijpt. Bij gebrek hieraan ontstaan taaldrempels en zogenaamde ‘valse vlotheid’ die kunnen leiden tot langere hospitalisaties, onzekerheden in diagnoses en behandeling, gevoelens van sociale isolatie en een lagere tevredenheid bij patiënten (Lundin, Hadziabdic en Hjelm 2018). In een taaldiverse en meertalige stedelijke context zoals Brussel kan dit ingrijpende gevolgen hebben op de zorg- en hulpverlening. 

De huidige fiche illustreert op basis van het BRIO-Taalbarometeronderzoek de taaldiversiteit van de patiëntengroep in Brusselse ziekenhuizen en bespreekt het taalgebruik tijdens hun bezoeken aan Brusselse ziekenhuizen. 

Het tweetalig karakter van de Brusselse ziekenhuizen

De taal die men in de Brusselse ziekenhuizen moet gebruiken staat in functie van het statuut van het ziekenhuis en het soort dienstverlening. Binnen de complexe Brusselse context opereren drie verschillende types van ziekenhuizen: de openbare, de private en de universitaire ziekenhuizen. De openbare ziekenhuizen zijn aan de Bestuurstaalwet onderworpen. Dat impliceert dat ze een tweetalige dienstverlening moeten aanbieden. De private ziekenhuizen daarentegen vallen de jure niet onder de taalwetgeving inzake bestuurszaken. Dit betekent dat ze zelf hun taalstatuut kunnen bepalen. De universitaire ziekenhuizen zijn verbonden zijn aan respectievelijk de Franstalige en de Vlaamse Gemeenschap. Het gevolg hiervan is dat zij evenmin dienen te voldoen aan de tweetaligheidsvoorwaarde. Op deze algemene regeling geldt echter ook een uitzondering: de erkende spoedgevallen- en medische urgentiedienst van alle drie de types ziekenhuizen zijn wettelijk verplicht om een tweetalige dienstverlening te garanderen.

tabel1
Tabel 1. Overzicht toepassing Bestuurstaalwet op Brusselse ziekenhuizen

Taalgebruik in ziekenhuizen in Brussel

Om het taalgebruik in de ziekenhuizen te capteren berusten we op de gegevens van de Vijfde Brusselse Taalbarometer (TBB5) (Saeys, Simon & Kavadias, 2025). De Taalbarometergegevens weerspiegelen de taaldiversiteit en complexiteit van de zorgdienstverlening binnen Brusselse ziekenhuizen ten aanzien van het wettelijk kader. In TBB5 werden in de ziekenhuiscontacten van Brusselaars maar liefst 33 ‘andere’ talen dan het Nederlands en Frans gebruikt, evenals 128 verschillende taalcombinaties. Deze cijfers onderstrepen dat meertaligheid geen uitzonderlijk gegeven is bij het Brusselse ziekenhuisbezoek. Integendeel, taaldiversiteit vormt een reëel onderdeel van de dagelijkse zorgpraktijken in Brusselse ziekenhuizen. Tabel 2 biedt in vereenvoudigde vorm een overzicht van dat globale taalgebruik in de Brusselse ziekenhuizen. 

tabel2
Tabel 2: Taalgebruik ‘vaak tot altijd’ in het ziekenhuis per Taalbarometer

Waar in TBB1 nog 92,4% van de contacten in het ziekenhuis in een enkele taal verliep – hetzij het Nederlands, hetzij het Frans – daalt dit in TBB5 naar 67,7%. Deze eentalige contacten verlopen evenwel vooral in het Frans. De afname van eentalige contacten in het Frans en Nederlands wordt voornamelijk gecompenseerd door een verschuiving naar meer twee- en meertalige communicatie. Meer specifiek gaat dit gepaard met een stijging van combinaties van Nederlands en Frans, evenals met een groeiend aandeel van drietalige communicatie waarin het Engels een rol speelt. Meertaligheid vormt hierbij als het ware een hefboom voor het gebruik van het Nederlands in de zorg, met 27,4% van de Brusselaars die aangeven dat ze ‘vaak tot altijd’ Nederlands in combinatie met Frans en/of Engels gebruiken. 

Deze tendens sluit aan bij bredere taalverschuivingen binnen andere maatschappelijke domeinen in Brussel, waar functionele meertaligheid steeds meer de norm wordt. Brusselaars schakelen daarbij tussen twee of meer contacttalen, ook wanneer zij de taal niet ‘goed tot uitstekend’ beheersen (Saeys, Simon & Kavadias, 2025). De geobserveerde taalverschuivingen dienen dan ook niet geïnterpreteerd te worden als een vorm van taalverlies, maar veeleer als een aangepast taalgebruik bij de Brusselaars in functie van het aanbod. Een vraag die zich hierbij aandient, is of het om een intrinsieke dan wel extrinsieke taalkeuze van patiënten gaat. Een element dat deze tendens naar meertaligheid deels kan verklaren, is dat een patiënt tijdens één opname of consultatie in contact kan komen met verschillende dienstverleners en diensten. Dit verhoogt de kans op opeenvolgende of parallelle taalcontacten in verschillende talen. 

Een tweede vaststelling is de plotse, maar uitgesproken toename van het gebruik van andere talen tussen TBB4 en TBB5. Deze evolutie sluit aan bij de groeiende taaldiversiteit die ook in andere domeinen wordt waargenomen (Saeys, Simon & Kavadias, 2025). Het betreft hierbij niet enkel de meest voorkomende talen zoals Spaans of Arabisch. Men blijkt ook in het Duits, Grieks, Italiaans, Lingala, Oekraïens, Pools, Portugees en Turks terecht te kunnen in de Brusselse ziekenhuizen.

tabel3
Tabel 3: Taalgebruik Brusselaars in het ziekenhuis volgens thuistaalgroep in % - Selectie Taalbarometer 5

Tabel 3 presenteert het taalgebruik van Brusselaars in hun contacten met ziekenhuizen volgens thuistaalgroep. Slechts 11,5% van de eentalig Nederlandstalige thuistaalgroep geeft aan uitsluitend het Nederlands te gebruiken in Brussels ziekenhuizen. De meerderheid van deze Nederlandstaligen schakelt over op functioneel meertalige communicatie. Meer dan de helft (58,4%) geeft aan beide officiële talen te gebruiken in de ziekenhuiscontext, terwijl nog eens een kwart (25,7%) aangeeft Nederlands, Frans en Engels te gebruiken. Ook bij Brusselaars die zijn opgegroeid in een traditioneel tweetalig gezin, waar Nederlands en Frans werden gesproken, valt een duidelijke asymmetrie op. Hoewel zij beide officiële talen beheersen, gebruiken ze in het ziekenhuis beduidend vaker uitsluitend Frans (34,4%) dan Nederlands (1,6%). Wanneer ze kiezen voor een meertalig repertoire, blijft het Frans doorgaans de meest gebruikte contacttaal. 

Onder de overige thuistaalgroepen gebruikt zo’n twee derde enkel het Frans. Toch illustreert deze tabel dat ook binnen deze groepen functionele meertaligheid voorkomt, onder meer via combinaties met Nederlands en/of Engels. Opvallend is bovendien het relatief hoger gebruik van ‘andere’ talen dan Nederlands, Frans en/of Engels bij anderstalige en nieuwe tweetalige Brusselaars. 

Slotbedenkingen

Parallel met de Brusselse bevolking wordt de Brusselse gezondheidszorg meer taaldivers en meertaliger. De vastgestelde taaldiversiteit en meertaligheid overstijgen de in de praktijk geldende taalwetgeving en de daaruit voortkomende organisatie van het zorgaanbod in Brusselse ziekenhuizen. Hierdoor ontstaat een spanningsveld tussen het formele institutionele aanbod en de feitelijke vraag vanuit de Brusselse bevolking, zoals Kerremans en collega’s (2018) reeds eerder suggereerden. 

Het Frans blijft daarbij duidelijk de lingua franca in de Brusselse ziekenhuiscontext. Tegelijk wijzen de Taalbarometercijfers op een geleidelijke, pragmatische aanpassing van taalgebruik, waarbij meertaligheid functioneel wordt ingezet. Voor bepaalde groepen Brusselaars is dit niet louter een noodzaak, maar tevens steeds meer een impliciete norm om toegang tot dienstverlening te verzekeren, ook binnen cruciale publieke diensten zoals de gezondheids- en welzijnssector. 

Vervolgonderzoek is evenwel nodig om te achterhalen hoe deze nieuwe communicatiepatronen concreet plaatsvinden in de Brusselse ziekenhuiscontext. Daarbij dringt zich een meer fijnmazige analyse op van de interactieprocessen tussen patiënt en zorgverlener, evenals een studie van de institutionele taalbeleidsplannen en de toepassing van de Bestuurstaalwet. Dergelijke inzichten zijn nodig om het spanningsveld tussen formele taalregimes en feitelijke zorgnoden te overbruggen. 

Bibliografie

Kerremans, K., De Ryck, L., De Tobel, V., Janssens, R., Rillof, P., & Scheppers, M. (2018). Bridging the Communication Gap in Multilingual Service Encounters: A Brussels Case Study. The European Legacy, 23(7–8), 757–772

Lundin, C., Hadziabdic, E., & Hjelm, K. (2018). Language interpretation conditions and boundaries in multilingual and multicultural emergency healthcareBMC International Health and Human Rights, 18(1), 23.  

Saeys, M., Simon, R., & Kavadias, D. (2025). Taalbarometer: Een actueel beeld van meertaligheid en het Nederlands in Brussel. Academia Press: Gent. 

Publicatie type
Fiche
Categorie
Taal
Zorg / Welzijn
Regio
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Share this